VINK
De vink is een vertrouwde gast in Nederlandse tuinen. Het mannetje draagt in het broedseizoen een opvallend kleurrijke outfit: blauwe kop, roze borst en witte vleugelstrepen. De vink is een zaadeter die graag pikt van de grond onder voedersilo’s en van fijn strooivoer.
De vink is een van de meest voorkomende broedvogels van Europa en een vertrouwde verschijning in Nederlandse tuinen, bossen en parken. Het mannetje is fraai gekleurd: een blauwe kop, roze borst en witte vleugelstrepen die opvallen tijdens de vlucht. De vink is een zaadeter die graag van de grond pikt onder voedersilo’s en in struiken, maar ook regelmatig van een laag voederplateau eet. Hij overwintert in Nederland en krijgt in de winter gezelschap van Scandinavische soortgenoten.
Uiterlijk en herkenning
De vink (Fringilla coelebs) is 14 tot 16 cm lang en weegt 18 tot 29 gram. Het mannetje heeft in de broedtijd een blauwgrijze kruin, roze borst en bruin-oranje rug. Buiten de broedtijd zijn de kleuren matter. Het vrouwtje is bruin-olijf met hetzelfde kenmerkende vleugelpatroon: twee witte vleugelstrepen die duidelijk zichtbaar zijn in de vlucht. De roep is een scherpe “pink!” , vandaar de naam vink.
Leefgebied
De vink (Fringilla coelebs) leeft in loofbossen, gemengde bossen, parken, tuinen en bosranden. Hij nestelt in struiken en bomen, in een keurig opgebouwd nest van mos en spinnenweb. In Nederland is de vink een standvogel, maar in de winter komen er grote aantallen trekvinken vanuit Scandinavië bij die in de Nederlandse tuinen en akkers overwinteren. Langs bosranden foerageren ze dan in zwermen van honderden vogels.
Wat eet een vink?
De vink is een zaadeter. In de zomer eet hij ook insecten, met name voor de jongen. In de herfst en winter zijn zaden de basis: grassen, onkruid, graan en beukenootjes. In de tuin bezoekt hij graag voedersilo’s gevuld met gepelde zonnebloempitten en vetbollen in de winter. Hij pikt ook graag van de grond onder een voedersilo waar gevallen zaden liggen , een goede reden om de voederplaats op een harde, makkelijk schoon te maken ondergrond te plaatsen.
Broedgedrag
De vink broedt van april tot juni. Het vrouwtje bouwt een verfijnd nest van plantenvezel, spinrag en mos dat aan de buitenkant perfect camouflageert met de schors van de boom. Ze legt 4 tot 5 eieren die ze 11 tot 13 dagen bebroedt. De jongen verlaten het nest na 13 tot 16 dagen. Er is soms een tweede legsel. Het mannetje zingt zijn bezit van zijn territorium luid af , zijn heldere, afdalende lied is een van de bekendste vogelgeluiden van Europa.
Zang en gedrag
De zang van het mannetjesvink is een snelle, afdalende reeks noten die eindigt in een kenmerkende uitsmijter: “pink-pink-pink, tsjiep!” Elke vink heeft een regionaal accent , vinken in Groningen zingen anders dan vinken in Zeeland, en jonge mannetjes leren hun dialect van de territoriumhouder in de buurt. In de winter zijn vinken gregarieus en foerageren ze in gemengde zwermen met sijzen, groenlingen en mussen.
Voer voor de vink
Voedersilo
Vogelzaad
Vetbollen
In de winter zijn vetbollen ook populair bij vinken. Ze bieden extra energie voor koude nachten wanneer zaden schaars zijn.
Andere tuinvogels in je tuin
Benieuwd naar andere tuinvogels? Lees meer over hun gedrag, voeding en leefomgeving.
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een vink?
Het mannetje van de vink heeft een roze-rood borstschild, een blauwig-grijze kruin en een bruine rug. Twee witte vleugelstrepen zijn kenmerkend. Het vrouwtje is veel bruiner en minder opvallend. Vinken zijn 14 tot 16 cm groot — iets groter dan een mus.
Wat eet een vink?
In de zomer eten vinken veel insecten, die ze ook gebruiken om jongen groot te brengen. In de herfst en winter eten ze zaden: beukennootjes, zonnebloempitten, millet en grassen. Ze foerageren zowel in bomen als op de grond onder voedersilo's en voederhuisjes.
Welk vogelvoer trekt vinken aan?
Vinken zijn dol op zonnebloempitten, millet, lijnzaad en vogelzaadmengsels. Ze eten graag op de grond onder een voedersilo of voederhuisje, van gevallen zaden. Een strooivoermix op een voederplateau trekt ook vinken aan, samen met mussen en mezen.
Is de vink een standvogel of trekvogel?
In Nederland zijn vinken deels standvogel en deels trekvogel. Veel vrouwtjes trekken weg in de herfst, terwijl mannelijke vinken vaker blijven. In de winter komen er grote aantallen vinken en bergvinken uit Noord-Europa bij. Grote zaadrijke percelen kunnen dan duizenden vinken aantrekken.
Waar nestelt de vink?
Vinken bouwen een keurig, compact nest van mossen, grassen en spinnenwebben, goed gecamoufleerd in een boom of struik. Het nest is bekleed met veertjes en plantenwol. Ze broeden van april tot juni en leggen 4 tot 6 eieren per legsel.
Wanneer zingt de vink het meest?
Mannelijke vinken zingen het meest van februari tot en met juli. Het lied is een krachtig, rollend refrein dat eindigt op een scherpe 'zwiep'. Elke vink heeft zijn eigen dialectische variatie op het standaardzang. Ze zingen om territorium te verdedigen en vrouwtjes aan te trekken.
