MEREL
De merel is een van de meest vertrouwde vogels van de Nederlandse tuin. Het mannetje met zijn gitzwart verenkleed, gele snavel en oogring is direct herkenbaar , zijn zang is voor velen het klankbeeld van de lente. De merel is een standvogel die het hele jaar aanwezig is en de tuin als zijn thuisgebied beschouwt.
De merel is een van de meest vertrouwde tuinvogels van Nederland. Het mannetje met zijn gitzwart verenkleed, opvallend gele snavel en oogring is alom herkenbaar , het vrouwtje is bruiner en bescheidener van uiterlijk. De merel zingt van vroeg in de lente tot diep in de zomer, al voor zonsopgang, en zijn gevarieerde fluitmuziek is voor velen het klankbeeld van een Nederlandse tuin. Hij is geen doortrekker maar een standvogel die het hele jaar aanwezig is en graag profiteert van een tuin met goed voer, voldoende dekking en nestgelegenheid.
Uiterlijk en herkenning
Het mannetje van de merel heeft een volledig zwart verenkleed met een opvallende gele oogring en snavel. Het vrouwtje is donkerbruin met een lichtere keel en bruine oogring. Jonge merels lijken op het vrouwtje, maar hebben gevlekte borstveren. De merel is 24 tot 25 cm lang en weegt 80 tot 125 gram , mannetjes zijn doorgaans iets groter dan vrouwtjes.
Leefgebied
De merel (Turdus merula) is inheems in heel Europa, grote delen van Azië en Noord-Afrika. Hij is bijzonder veelzijdig: je vindt hem in bossen, parken, tuinen, weilanden en heggen. In stedelijke gebieden past de merel zich moeiteloos aan , hij broedt in drukke tuinen en zingt soms zelfs in het schijnsel van straatlantaarns.
Wat eet de merel?
Merels zijn alleseters. Ze eten wormen, slakken, insecten, bessen en fruit. Wormen zijn het absolute lievelingsvoedsel: de merel trekt ze letterlijk uit de grond door te luisteren en schoksgewijs over het gazon te lopen. In de winter, wanneer de bodem bevroren is, zijn bessen en fruit de belangrijkste voedselbron.
In de tuin kun je de merel helpen met gedroogde meelwormen, stukjes appel of peer, rozijnen of vogelmousse. Bied het voer altijd aan op de grond of op een laag voederplateau , de merel foerageert nooit vanuit een hoge voedersilo.
Broedgedrag
De merel is een van de vroegste broeders van Nederland: het seizoen begint soms al in februari. Het vrouwtje bouwt een stevig nest van gras, modder en wortels in dichte struiken, heggen of klimplanten, vaak laag bij de grond. Ze legt 3 tot 5 blauwgroene eieren met donkere vlekken, die ze 12 tot 15 dagen bebroedt.
Na het uitkomen verzorgen beide ouders de jongen nog 2 tot 3 weken. Per jaar zijn er soms twee tot vier legsels. De merel is een standvogel en trekt niet weg in de winter, maar blijft het hele jaar in zijn vertrouwde territorium.
Gedrag en zang
De merel staat bekend als een van de mooiste zangers van Europa. Mannetjes zingen van vroeg in de ochtend tot in de avondschemering, vooral van februari tot juli. Elk mannetje heeft zijn eigen melodieuze variaties , geen twee merels zingen precies hetzelfde. Naast de fluitzang heeft de merel een kenmerkende alarmroep: een luid en scherp “tsjik-tsjik-tsjik” bij gevaar.
In de tuin zijn merels doorgaans schuw, maar ze wennen snel aan de aanwezigheid van mensen als je regelmatig voer aanbiedt op een vaste plek.
De merel en het usutuvirus
Het usutuvirus is een door muggen overgedragen virus dat ernstige schade aanricht bij zangvogels. Sinds 2016 zijn er uitbraken in België en Nederland met grote sterfte onder merels, kauwen en vinken. Het behoort tot dezelfde virusfamilie als dengue en gele koorts, maar vormt voor mensen geen directe bedreiging.
Kom je een zieke of dode merel tegen? Raak hem dan niet met blote handen aan , gebruik handschoenen of een plastic zak en was daarna je handen goed.
Voer voor de merel
Gedroogde meelwormen
Voederplateau
Vogelmousse
Zachte vogelmousse is makkelijk op te pikken voor de merel en biedt een eiwitrijke aanvulling in alle seizoenen.
Andere tuinvogels in je tuin
Benieuwd naar andere tuinvogels? Lees meer over hun gedrag, voeding en leefomgeving.
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een merel?
Het mannetje van de merel is volledig zwart met een opvallend gele snavel en een gele oogring. Het vrouwtje is donkerbruin met een licht gespikkelde borst en een donkergele snavel. De merel is 24 tot 25 cm groot. Jonge merels lijken op het vrouwtje maar zijn sterker gespikkeld.
Wat eet een merel?
Merels eten wormen, slakken, insecten en in de herfst bessen en fruit. Ze foerageren graag op korte gazons en in bladstrooisel, schommelend lopend op zoek naar wormen. Ze trekken ook met hun poten over de grond om wormen te verleiden naar het oppervlak te komen.
Welk voer is geschikt voor de merel?
Gedroogde meelwormen, gedroogde insecten, vogelmousse en stukjes appel of peer trekken merels aan. Ook vogelpindakaas wordt gegeten. Vermijd grote harde zaden — merels hebben een stevige maar brede snavel die minder geschikt is voor kleine zaden. Bied voer aan op de grond.
Hoe bied je voer aan voor de merel?
Merels foerageren het liefst op de grond. Strooi gedroogde meelwormen of insecten direct op het gazon of op een voederplateau op lage hoogte. Ze zijn tamelijk schuw bij voederplaatsen en willen ruimte om zich heen. Een rustige tuin met struiken in de buurt helpt.
Waar nestelt de merel?
Merels bouwen een stevig nest van gras, modder en wortels in dichte struiken, heggen, klimplanten of lage boomtakken. Ze broeden vroeg — soms al in februari. Het nest is bekleed met fijn gras. Per jaar zijn er twee tot vier legsels van 3 tot 5 eieren.
Waarom zingt de merel?
De merel staat bekend als een van de mooiste zangers van Europa. Mannetjes zingen van vroeg in de ochtend tot in de avondschemering, vooral van februari tot juli. Ze zingen om territorium te verdedigen en vrouwtjes aan te trekken. Elk mannetje heeft zijn eigen melodieuze variaties.