ROODBORST
De roodborst is met zijn oranjerode borst een van de meest herkenbare tuinvogels van Nederland. Hij is nieuwsgierig van aard en benadert mensen zonder terughoudendheid , zeker als er vers voer ligt. Het roodborstje is deels standvogel, deels trekvogel en zingt het hele jaar, ook midden in de winter.
Het roodborstje is een van de meest vertrouwde vogels van de Nederlandse tuin. Met zijn opvallende oranjerode borst , zichtbaar bij zowel mannetje als vrouwtje , is hij moeilijk te missen. Hij is klein, gedrongen en nieuwsgierig: hij volgt graag de tuinier en verschijnt bijna ogenblikkelijk als de grond wordt omgespit. Het roodborstje is deels standvogel en deels trekvogel: een deel overwintert in Nederland, terwijl andere exemplaren vanuit Scandinavië komen om de winter hier door te brengen.
Uiterlijk en herkenning
Het roodborstje is 13 tot 14 cm lang en weegt 16 tot 22 gram. De oranjerode borst, keel en gezijden zijn het meest kenmerkende kenmerk en komen voor bij zowel mannetjes als vrouwtjes , wat bij Europese zangvogels ongebruikelijk is. De rug en vleugels zijn olijfbruin, de buik lichtgekleurd. Jonge roodborstjes missen in de eerste maanden de rode borst en zijn gevlekt bruin , ze lijken daardoor op een kleine zanglijster.
Leefgebied
Het roodborstje (Erithacus rubecula) komt voor in heel Europa, van de Britse Eilanden tot West-Azië. In Nederland is het een van de meest voorkomende tuinvogels, met naar schatting 300.000 tot 430.000 broedparen. Het roodborstje leeft in bossen, parken, tuinen, heggen en bermen , overal waar dichte begroeiing en voldoende insecten te vinden zijn.
Wat eet een roodborstje?
Het roodborstje eet voornamelijk insecten, wormen, slakken en spinnen. Het foerageert bijna uitsluitend op de grond of op lage takken. In de tuin kun je het roodborstje helpen met gedroogde meelwormen, stukjes appel of vogelpindakaas op een laag voederplateau. Voedersilo’s en hoge hangmogelijkheden worden door het roodborstje gemeden , het eet liever op de grond of op een open, lage plek.
Broedgedrag
Het roodborstje begint vroeg in het jaar met broeden , soms al in maart. Het vrouwtje bouwt een nest van bladeren, gras en mos in dichte vegetatie, lage struiken of zelfs in een bloempot of tuingereedschapskist. Ze legt 4 tot 6 eieren die ze 12 tot 14 dagen bebroedt. Na het uitkomen worden de jongen nog 12 tot 15 dagen in het nest gevoerd. Per jaar zijn er vaak twee legsels.
Gedrag en persoonlijkheid
Het roodborstje is territoriaal en verdedigt zijn territorium het hele jaar door , ook in de winter. Beide geslachten zingen en stoten de kenmerkende, waterige melodie uit die het roodborstje voor veel tuinbezitters de ideale winterstemming geeft. In de herfst en winter zingt ook het vrouwtje een eigen, iets hogere en forsere zang om haar territorium te markeren.
Roodborstje en de winter
In strenge winters is bijvoeren voor het roodborstje letterlijk levenswichtiger dan in de zomer. De grond bevriest en wormen zijn onbereikbaar. Bied dan dagelijks meelwormen of zacht voer aan op een plateau op een beschutte plek, bij voorkeur in de buurt van een haag of struik. Vervang het voer elke dag om schimmelvorming te voorkomen.
Voer voor het roodborstje
Gedroogde meelwormen
Voederplateau
Vogelpindakaas
Vogelpindakaas is een energierijke lekkernij voor het roodborstje, perfect aangeboden in een pindakaaspothouder in de tuin.
Andere tuinvogels in je tuin
Benieuwd naar andere tuinvogels? Lees meer over hun gedrag, voeding en leefomgeving.
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een roodborstje?
Het roodborstje is een kleine, gedrongen zangvogel van 12,5 tot 14 cm. De oranje-rode borst is onmiskenbaar. De rug is bruinolieachtig en de buik is wit. Mannetje en vrouwtje zien er gelijk uit. Jonge roodborstjes zijn gespikkeld en missen de rode borst.
Wat eet een roodborstje?
In het wild eet het roodborstje insecten, wormen, slakken, spinnen en kleine bessen. Het foerageer graag laag bij de grond en in bladstrooisel. In de winter schakelt het over op zaden, bessen en ander plantaardig voedsel wanneer insecten schaars zijn.
Welk vogelvoer is het beste voor het roodborstje?
Gedroogde meelwormen en gedroogde insecten zijn de favorieten van het roodborstje. Ook vogelpindakaas, vogelmousse en energierijke strooivoermixen worden graag gegeten. Vermijd grote harde zaden — het roodborstje heeft een kleine snavel en eet liever zachte of kleine hapjes.
Hoe bied je voer aan voor het roodborstje?
Roodborstjes foerageren het liefst op de grond of op een laag voederplateau. Ze bezoeken zelden hoge voedersilo's. Strooi voer op een voederplateau of leg het direct op de grond op een droge plek. Vervang het voer dagelijks om schimmelvorming te voorkomen.
Waar nestelt het roodborstje?
Roodborstjes nestelen laag in dichte struiken, klimplanten, open nestkastjes of zelfs in oude emmers en bloempotten. Het nest is een open komvorm van mos, droog gras en bladeren. Een open nestkastje met een invliegopening van 40 mm of meer is ideaal.
Blijft het roodborstje de winter over in Nederland?
Een deel van de Nederlandse roodborstjes is standvogel en blijft het hele jaar. Andere exemplaren trekken in de herfst naar Zuid-Europa. Tegelijkertijd komen er overwinteraars uit Scandinavië bij. In de winter zie je dus vaak meerdere roodborstjes tegelijk in de tuin.
Wanneer is bijvoeren het belangrijkst voor het roodborstje?
Bijvoeren is het meest waardevol van oktober tot en met maart. In die periode is de bodem bevroren of bedekt met sneeuw, waardoor wormen en insecten onbereikbaar zijn. Gedroogde meelwormen en strooivoer op een plateau zijn dan letterlijk levensreddend.