In de lente gebeurt alles tegelijk bij tuinvogels: nestbouw, broeden en het voeren van jongen. Tuineigenaren die in deze periode gericht bijvoeren, maken enorm verschil voor het broedsucces. In dit blog lees je wat vogels doen van februari tot juni, hoe je kunt helpen bij elke fase en waarom bijvoeren in de lente juist zo belangrijk is voor een gezond broedseizoen.
Fase 1: nestbouw
Van eind februari tot half maart beginnen de meeste Nederlandse tuinvogels met nestbouw. Koolmezen en pimpelmezen inspecteren kasten, mussen verzamelen strootjes, merels bouwen kommen van twijgjes en modder, winterkoningen maken bolvormige nesten in struiken. Voor nestmateriaal helpt een klein hoopje haren, mos of dunne twijgjes in een hoek van de tuin. Ze zoeken ook zelf: een natuurlijke tuin biedt meer materiaal dan een strak onderhouden exemplaar.
Fase 2: broeden
Broedfase overzicht:
- Mezen: eileg eind maart, 8-12 eieren per legsel.
- Mussen: maart-april, 4-6 eieren, twee legsels.
- Merels: maart-april, 3-5 eieren, tot drie legsels.
- Spreeuwen: april, 5-6 eieren.
- Broedduur gemiddeld 12-16 dagen.
Fase 3: jongen voeren
Na uitkomen van de eieren begint het echte werk. Ouders halen tot 200 keer per dag insecten om hun jongen te voeden. Mezen eten nu vrijwel alleen rupsen en kleine insecten, geen zaden (jongen kunnen die niet verwerken). In tuinen met veel bladluis, rupsen en insecten groeien broedsels beter. Wie chemie gebruikt vernietigt niet alleen plagen maar ook de voedselketen die zijn vogels ondersteunt. Natuurlijke tuinen zijn broedparadijs.
Bijvoeren in lente
De mythe dat bijvoeren alleen in winter nodig is klopt niet. In lente is het net zo belangrijk, misschien zelfs meer. Ouders zijn uitgeput, jongen groeien hard, natuurlijke voedselbronnen zijn nog onvoorspelbaar. Bied:
- Meelwormen op plateau of in silo.
- BSF larven voor calciumvoorziening.
- Pindakaas zonder zout voor vet en energie.
- Strooivoer voor niet-insecten-eters.
- Dagelijks vers water voor drinken en wassen.
Wat niet doen?
Veel lentefouten:
- Hele pinda’s: verstikkingsgevaar voor jongen.
- Gezouten voer: nierschade.
- Brood: blokkeert krop.
- Grote vetbollen: smelten in zon, bederven.
- Pesticiden: doden insecten die ouders nodig hebben.
Observeer met respect
Vogels zijn kwetsbaar tijdens broedfase. Observeer van afstand, benader kasten niet, laat takken niet snoeien waar nesten zitten. Een nestbezoek door mens of kat kan legsel beëindigen. Noteer aankomst, nestbouw, eileg en uitvliegen in een vogelkalender: je krijgt inzicht in cycli en kunt jaar op jaar vergelijken. Succesvolle broedsels zijn beloning voor een goede tuin, en motivatie om door te gaan.
LENTEVOEREN?
Bestel direct bij Vogelvoerkopen.nl
Meelwormen, BSF larven en pindakaas voor broedende vogels.
Gratis verzending v.a. €45.
Bekijk het volledige assortiment →
Conclusie
Vogels in de lente zijn druk met bouwen, broeden en bijvoeren. Jouw tuin kan helpen door nestmateriaal beschikbaar te stellen, nestkasten op te hangen, eiwitrijk voer aan te bieden en chemie te weren. Mezen, mussen, merels en spreeuwen brengen zo meer jongen succesvol groot. Een drukke lente legt basis voor een vogelrijke tuin: jongen die hier leren eten komen later als volwassenen terug.
Veelgestelde vragen
Wanneer begint nestbouw?
Eind februari tot half maart bij meeste tuinvogels. Mezen inspecteren kasten, mussen verzamelen strootjes, merels bouwen kommen, winterkoningen bolvormige nesten.
Wanneer broeden vogels?
Mezen eileg eind maart (8-12 eieren), mussen maart-april (4-6 eieren), merels maart-april (3-5 eieren, tot 3 legsels), spreeuwen april.
Hoeveel voer hebben jongen nodig?
Ouders halen tot 200 keer per dag insecten. Jongen eten geen zaden in eerste weken, alleen eiwitten (rupsen, vliegen, bladluis, meelwormen).
Moet ik in lente bijvoeren?
Ja, lenteperiode vraagt evenveel aandacht als winter. Ouders uitgeput, jongen groeien hard, natuurlijke voedselbronnen onvoorspelbaar. Meelwormen en BSF larven.
Wat niet geven in lente?
Hele pinda's (verstikkingsgevaar), gezouten voer, brood, grote vetbollen (smelten), pesticiden in tuin (doden voedselbron voor ouders).
Nestmateriaal bieden?
Hoopje haren, mos of dunne twijgjes in hoek van tuin helpt. Natuurlijke tuin biedt meer materiaal dan strak onderhouden exemplaar.
Observeren zonder verstoren?
Van afstand, benader kasten niet, snoei geen takken met nesten. Kat- of mensbezoek kan legsel laten falen. Noteer waarnemingen in kalender.



